Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies op de website gewoon-nieuws.nl. Meer informatie
Mobiel

Borgstelling

Als banken je geld lenen dan doen ze dat niet omdat ze je vertrouwen op je mooie ogen. Zo van, hier heb je geld en we gaan ervan uit dat je het netjes terugbetaalt. Voor de lening die ze je verstrekken willen ze iets waardevols terughebben als borgstelling voor de terugbetaling, onderpand wordt dit genoemd. Het liefst hebben ze een onderpand dat méér waard is dan de lening zelf. Mocht je in gebreke blijven bij de terugbetaling dan kan de bank het onderpand in beslag nemen. Zij hebben dan het recht om dat onderpand te verkopen. Als het verkochte onderpand genoeg opbrengt om de lening en de bijkomende kosten ermee af te lossen, dan is daarmee de kous af. Levert het onderpand niet genoeg op dan blijft het restantbedrag van de lening openstaan en moet je met de bank een overeenkomst sluiten die ervoor zorgt dat het restant in termijnen zal worden terugbetaald. Dat dit zo werkt weten we allemaal en we vinden dit ook heel normaal. Maar, is dit eigenlijk wel zo normaal?

Niet proportioneel

Als je een huis koopt en je gaat er een hypothecaire lening voor aan dan is het gebruikelijk dat het huis als onderpand wordt ingenomen als borgstelling. M.a.w., het huis is feitelijk eigendom van de bank totdat de hypotheek is afgelost. Omdat het bedrag waar je het huis voor hebt gekocht door de bank aan de verkoper wordt uitbetaald, lijkt het net alsof  de bank dit geld bezit. Dit is echter een wijdverbreid misverstand waar te weinig bij wordt stilgestaan. De bank bezit dat geld namelijk helemaal niet.

Fractioneel bankieren

Hoe kan een bankier geld uitlenen wat hij niet heeft? Het is raar maar toch kan dat. Het is door de wetgever aan banken toegestaan dat zij méér geld mogen uitlenen dan dat zij in werkelijkheid bezitten. En niet zo’n klein beetje ook! Voor iedere euro die een bank in bezit heeft mag hij 9 euro uitlenen. Fractioneel bankieren wordt dit genoemd. De euro’s die zij uitlenen maar zelf niet in bezit hebben worden door middel van een druk op de computerknop, of door het printen van papiertjes die wij euro’s noemen, uit het niets  gecreëerd. Degene die de lening is aangegaan wordt contractueel verantwoordelijk gesteld voor dit ‘nieuwe’ geld. In ruil hiervoor geeft de lener zijn bezit als onderpand aan de bank. De bank hoeft dus niets te bezitten om een reëel object zoals bijvoorbeeld een huis, indirect in bezit te krijgen door middel van een borgstelling. Zolang de lener aan zijn betalingsverplichting voldoet is er niets aan de hand en kan deze in ‘zijn’ huis blijven wonen. Maar op het moment dat de lener niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen neemt de bank het huis in beslag en blijft de ‘eigenaar’ met lege handen en in de meeste gevallen een restschuld achter.

Oorsprong

De oorsprong van het fractioneel bankieren ligt een paar honderd jaar terug. Het waren goudsmeden, zoals de in 1744 geboren Amschel Mayer Rothschild, die ermee begonnen. In die tijd was het gebruikelijk dat mensen hun goud in bewaring gaven bij goudsmeden. In ruil hiervoor kregen zij een document als “bewijs aan toonder” waarop de waarde van het in bewaring gegeven goud stond vermeld. Al gauw kwamen de goudsmeden erachter dat het bij hun in bewaring gegeven goud langdurig in hun kluizen lag zonder dat het werd opgeëist. Het kwam nooit voor dat ineens al het goud moest worden teruggegeven. Dit bracht de goudsmeden op het idee om grote hoeveelheden van het aan hun toevertrouwde goud uit te lenen aan derden tegen een rentevergoeding. Ondanks dat het begrip “fractioneel bankieren” in die tijd nog helemaal niet bestond en deze handelingen van de goudsmeden in feite frauduleus waren, werd hier nochtans de basis gelegd voor het huidige monetaire systeem. Omdat de mensen voldoende vertrouwen hadden dat de goudsmeden het goud zouden teruggeven op het eerste moment dat daarom werd verzocht, gingen de ontvangstbewijzen als een soort van geld fungeren. Handelaren betaalden hun goederen door de overdracht van het ontvangstbewijs en de nieuwe houder van deze ontvangstbewijzen vertrouwde erop dat hij de hoeveelheid goud die op het ontvangstbewijs stond vermeld daadwerkelijk zou ontvangen. Over het algemeen gebeurde dit ook zo. Aan dit systeem van ontvangstbewijzen waren echter grote risico’s verbonden. Doordat de goudsmeden op grote schaal goud uitleenden aan derden werd al snel het punt bereikt dat er meer ontvangstbewijzen in omloop waren dan dat er goud in de kluizen lag. Zodra er enige twijfel zou ontstaan of de goudsmid ook daadwerkelijk het op de ontvangstbewijzen vermelde goud terug zou betalen, zou er een situatie kunnen ontstaan dat iedere houder van een ontvangstbewijs ogenblikkelijk zijn goud terug wilde hebben. Op een bepaald moment zou de kluis leeg zijn terwijl er nog heel veel ontvangstbewijzen onder de mensen circuleerden. Hierdoor ontstonden zo af en toe de eerste in de geschiedenis bekendstaande “Bank Runs”.

Centrale Banken

Omdat het systeem wat de goudsmeden hadden bedacht hen geen windeieren legde en zij er schatrijk van werden, gebruikten zij hun rijkdommen in latere tijden om banken op te richten, die het recht hadden om geld te maken. Centrale Banken werden deze genoemd. Het recht van geld maken kregen ze omdat zij het waren die het goud bezaten. Het geld wat zij produceerden moest tot op zekere hoogte gedekt zijn door het in hun bezit zijnde fysieke goud (Goudstandaard). Maar sinds 1971 is de goudstandaard losgelaten en hoeft er aan de dekking van het geld niets anders meer dan ‘vertrouwen’ tegenover te staan (Fiatgeld). Als het vertrouwen wegvalt dan kan het zomaar zijn dat van de een op de andere dag het geld niets meer waard is. Omdat de bankiers het goud sinds 1971 niet meer hoeven te laten zien, rijst de vraag wat er nadien met het goud is gebeurd. Centrale banken hoeven geen mededeling te doen over het in hun bezit zijnde goud. Dit geldt ook voor De Nederlandsche Bank. Recent onderzoek heeft wel aangetoond dat de bankensector in het bezit is van meer dan 40% van de wereldeconomie. Dit lijkt erop dat  de bankiers er gestaag naar toewerken om in het bezit te komen van de totale wereldeconomie. Het voorbeeld ligt in Griekenland waar zowat alle staatsbezittingen als onderpand zijn afgegeven aan de bankensector. Hoe lang het nog duurt voordat de staatsbezittingen in de rest van Europa ook opgeëist kunnen worden hangt af van het gedrag van de mens. Zolang de meerderheid van de bevolking niet in de gaten heeft dat zij op een ongelofelijke manier worden belazerd, kunnen de banken ongestoord  hun gang blijven gaan. Er zullen steeds opnieuw bubbels worden gecreëerd die ze op een gegeven moment weer laten barsten om de onderpanden van de leningen te kunnen oogsten. Bij de politici staat het welzijn van hun financierders boven die van het welzijn van de mens, dus daar hoef je niet veel van te verwachten. Wat dit voor consequenties heeft zullen we binnenkort met zijn allen ervaren!

Het waren deze historische woorden die Amschel Mayer Rothschild sprak toen hij in het bezit was van de Bank of England: ““Degene die het Britse geld levert controleert het Britse rijk, een rijk waar de zon nooit ondergaat, en ik controleer de Britse geldhoeveelheid”.

 

 


ADVERTENTIE

FACEBOOK

ADVERTENTIE

ADVERTENTIE

ARCHIEF
GEWOON-NIEUWS.NL
INFORMATIE
Heeft u interessant nieuws? Mail het ons!
© 2017 gewoon-nieuws.nl