Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies op de website gewoon-nieuws.nl. Meer informatie
Mobiel

Marketing

proefkonijnen2De geneesmiddelenmarkt is geen markt. Zo voldoet ze niet aan de gewone wetten van vraag en aanbod. Degene die het product gebruikt, kiest het niet. Degene die het product kiest, betaalt het niet. Degene die het product betaalt, gebruikt het niet. De afzet loopt via de ‘voorschrijf’-pen van de dokter. Daarop mikt de marketing van de farmaceutische industrie, die het meeste verdient aan nieuwe, gepatenteerde middelen, waarvan ze de prijs eenzijdig zélf kan bepalen.

Fase-4-onderzoeken

Wij, artsen, schrijven die nieuwe geneesmiddelen voor en daar dragen we verantwoordelijkheid voor, maar worden er zelden op aangesproken. Die nieuwe middelen zijn altijd onbewezen veilig en onbewezen effectief. Pas na toelating tot de markt starten de fase-4-onderzoeken: grote, langlopende onderzoeken waarbij het middel voor de allereerste keer op harde criteria wordt getest, zoals langer en beter leven.

Honderdduizenden doden door nieuwe medicijnen

De afgelopen decennia stierven wereldwijd honderdduizenden patiënten door nieuwe geneesmiddelen die nog niet waren onderworpen aan fase-4-onderzoeken. Eén voorbeeld? Alleen al door ‘Avandia’, een middel tegen suikerziekte, kregen 47.000 mensen een dodelijke hartaanval, stelde een Amerikaanse Senaatscommissie in 2010 vast. 80% Van de Amerikaanse suikerpatiënten en 8% van hun Nederlandse lotgenoten slikte ‘Avandia’ gewoon nog, toen het in dat jaar van de markt verdween. Tot een rechtszaak kwam het niet, want die werd voor US$ 3,7 miljard afgekocht door producent Glaxo, die al een veelvoud van dat bedrag aan dat middel had verdiend…

Misleiding..
Bij de fase-4-onderzoeken vallen veel geneesmiddelen door de mand. Veel leed zou patiënten bespaard zijn gebleven, als die onderzoeken vereist waren geweest alvorens een middel op de markt te brengen. De wereldwijde marketing door de farmaceutische industrie maakt gretig gebruik van het tekort aan testgegevens in het begin. Daarbij schuwt ze misleiding niet. Ze doet ongefundeerde beweringen die door het ontbreken van gegevens niet tegengesproken kunnen worden. Deze manipulatie werkt zo goed dat artsen de nieuwe middelen binnen de kortste keren massaal voorschrijven.

Gelukkig gaan er stemmen op om éérst de fase-4-onderzoeken af te wachten voor een product op de markt toe te laten. De Europese Commissie heeft enkele weken geleden besloten om patiënten met een omgekeerd driehoekje in de bijsluiter te waarschuwen voor producten waarover nog veel onzeker is. Een goede stap. Farmaceutische bedrijven (en hun lobbyisten) verzetten zich daar fel tegen. Het aantal pillen dat tijdens de patentduur duur verkocht kan worden, zal erdoor dalen.

Opinieleiders
Pharma-lobby-in-EUOm artsen te bewegen een bepaald middel voor te schrijven, maken pillenfabrikanten gebruik van farmamarketing. Daar gaan jaarlijks wereldwijd tientallen miljarden in om. Bladen als ‘Pharmaceutical Marketing’ (deze markt kent zeker twintig van zulke vaktijdschriften) leggen de fijne kneepjes uit van het werven van ‘mollen’. Een M.O.L. is een medische opinieleider, een persoon die een sleutelrol speelt en bij uitstek deskundig is op bepaalde gebieden van de geneeskunde, hét kompas waar artsen op varen, een gids en leermeester.

Het voorschrijfgedrag van de arts staat sterk onder invloed van deze opinieleiders en dat maakt hen van groot belang voor geneesmiddelenproducenten. Wie de markt wil veroveren, moet de opinieleiders voor zich winnen. Dat is de laatste twintig jaar gangbare praktijk. Op ieder lucratief vakgebied hebben pillenfabrikanten wereldwijd planmatig nauwe relaties met mollen aangeknoopt. Zij worden ingepalmd met profijtelijke onderzoeksopdrachten, hoogbetaalde deelname aan fase-4-onderzoeken, benoeming tot lid van een advisory of scientific board, vergoeding van buitenlandse reizen, bijzondere hoogleraarschappen en vele andere emolumenten. Dat alles schept een afhankelijkheidsrelatie met de producenten die zich vertaalt in behulpzaamheid bij marketing.

Afhankelijkheidsrelatie

Alexander Rinnooy Kan

Alexander Rinnooy Kan

In ons land voltrok zich een ontwikkeling die heeft gemaakt dat Nederlandse universiteiten in sterke mate meewerken aan farmamarketing. Het begon allemaal in Rotterdam. In 1987 vergaderde het bestuur van de Rotterdamse universiteitsfondsen waarvan ik een kwart eeuw deel mocht uitmaken. Tijdens het diner na afloop vertelde rector magnificus Alexander Rinnooy Kan dat hij mee had geschreven aan een brochure, ‘Naar een ondernemende universiteit’. Universiteiten moesten de markt op en een ‘derde geldstroom’ genereren, geld uit de private sector, van bedrijven dus.

Die brochure heeft grote invloed gehad op onze universiteiten, vooral op de faculteiten geneeskunde en farmacie. Bij een terugtrekkende overheid kozen veel hoogleraren voor een relatie met de industrie. Een afhankelijkheidsrelatie, welteverstaan. De prijs die de academische geneeskunde daarvoor betaalt, is steun aan farmamarketing. Academici moeten heden ten dage ernstig rekening houden met de vraag of hun uitlatingen de industrie welgevallig zijn. Dat leidt ertoe dat hoogleraren vaak zwijgen als zij zouden moeten spreken en dat zij spreken als zij zouden moeten zwijgen. Dit vormt een ernstige aantasting van de academische vrijheid, die de farmaceutische industrie in hoge mate vrij spel geeft.

Mollen
Voor deze academische en andere medische opinieleiders heeft de farmamarketing bijzondere belangstelling: artsen die in de redacties zitten van medische bladen, lid zijn van wetenschappelijke adviesraden, deelnemen aan commissies die richtlijnen of behandelstandaarden opstellen, of die optreden als docent tijdens de nascholingscursussen voor huisartsen.  Voor artsen is nascholing verplicht. Maar de overheid faciliteert die niet, ze heeft er geen geld voor over. De industrie is daar maar al te graag wel toe bereid en die biedt cursussen spotgoedkoop aan, of zelfs gratis. Zo drijft de overheid artsen in de armen van de commercie.

“Hoe zorg je ervoor dat je productkampioenen (mollen, red.) effectief communiceren in jouw belang?”, vroeg Pharmaceutical Marketing zich af. Het antwoord was onthutsend eenvoudig: huur deze mollen in als adviseur. “Dat is de krachtigste methode om dichter bij mensen te komen en hen te beïnvloeden. Het helpt niet alleen bij het bepalen van de inhoud van de nascholing, maar het helpt ook bij het proces van afweging hoe een arts het best kan worden gebruikt.”

Dat blijkt een effectieve strategie te zijn. Neem de mollen – waaronder zes Nederlandse professoren – die de cholesterolverlager Lipitor op een reclame-dvd van producent Pfizer aanbevelen. De vertrouwde cholesterolverlager ‘Simvastatine’ werkt prima én is veel beter onderzocht, maar in de afgelopen tien jaar hebben we in Nederland twee miljard euro méér uitgegeven aan het veel duurdere Lipitor. Uit de schaarse effectiviteitstudies blijkt helemaal niet dat Lipitor beter scoort. Wel dat het veel meer bijwerkingen heeft, maar daarover zwijgen de mollen op de dvd. Pfizer bedankt hen op de hoes van de dvd hartelijk voor hun ‘heldere analyses’.

Lees verder op : WantToKnow.nl


ADVERTENTIE

FACEBOOK

ADVERTENTIE

ADVERTENTIE

ARCHIEF
GEWOON-NIEUWS.NL
INFORMATIE
Heeft u interessant nieuws? Mail het ons!
© 2017 gewoon-nieuws.nl