Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies op de website gewoon-nieuws.nl. Meer informatie
Mobiel

Aanvullende pensioenen zijn een zaak van werkgevers en werknemers

aanvullend pensioenDe Sociaal Economische Raad (SER) heeft een advies uitgebracht aan de overheid met betrekking tot de toekomst van de aanvullende pensioenen in Nederland. Aanvullende pensioenen zijn een zaak van werkgevers en werknemers. De premies die door de werkgevers in de kas van het pensioenfonds worden gestort waarbij het bedrijf is aangesloten verdwijnen tot dusver in een collectieve pot. De pensioenfondsen doen op basis van de afspraken tussen werkgevers en werknemers toezeggingen aan de pensioengerechtigden. Om deze toezeggingen na te kunnen komen moet er voldoende geld beschikbaar zijn. De Nederlandse Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zien erop toe dat de beschikbare hoeveelheid geld tot op lange termijn voldoende is om de aangegane verplichtingen te kunnen nakomen. Daarbij spelen de hoogte van de premies, de verwachte levensduur en de verwachte rente (het rendement) een kernrol. De genoemde factoren leggen elk een grote druk op de hoeveelheid geld die nu al in al dan niet belegde vorm bij de fondsen beschikbaar moet zijn, want de verwachte rente (het rendement) is volgens DNB en AFM laag, de verwachte levensduur loopt volgens de actuarissen op en de premies mogen niet te hoog worden, omdat de loonkosten in de hand moeten worden gehouden. Daarom moet er uiterst voorzichtig worden omgegaan met de enorme reserve van € 1.400 miljard, die door de pensioenfondsen wordt beheerd.

Tot zover de drogredenering, die begint bij de collectieve pot waarin de premies worden gestort. Die collectieve pot is enorm gegroeid: in 1986 ging het om € 140 miljard en in 2016 om € 1.400 miljard, dus tien keer meer in een periode van dertig jaar. Dit komt doordat er gemiddeld over die periode aanzienlijk meer bijkwam door gestorte premies en rendement op belegging van die premies dan wat er afging aan betaalde pensioenen.  DNB en AFM stellen dat die reserve voor een belangrijk deel intact moet blijven om op lange termijn aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Hierbij wil men vooral de werkgevers ontzien die, als de rente zo laag zou blijven als de toezichthouders verwachten, aanzienlijk meer premie in de pot zouden moeten storten. Hierin zit volgens mij de grote crux. De loonkosten moeten niet teveel oplopen en daarom wil men de premies laag houden. Zoals bekend dragen de werkgevers ongeveer twee derde en de werknemers een derde bij aan de premieafdracht. En de Staat stelt de belastingheffing over die premies uit naar de toekomst. Het belang bij niet te hoge pensioenpremies is groot. De oplossing voor dit probleem werd tot dusver gevonden door de belegde financiële reserves die in het verleden waren gespaard en die in de collectieve pot terecht waren gekomen, mee te nemen in de berekening in hoeverre aan de toekomstige verplichtingen kon worden voldaan. Het gevolg hiervan is onder andere dat de ouderdomspensioenen al jaren niet meer zijn geïndexeerd.

Lees verder op: De Vrije Media

Bewaren

Bewaren


ADVERTENTIE

FACEBOOK

ADVERTENTIE

ADVERTENTIE

ARCHIEF
GEWOON-NIEUWS.NL
INFORMATIE
Heeft u interessant nieuws? Mail het ons!
© 2017 gewoon-nieuws.nl